Datum: december 2025
Wat verandert er voor werkgevers? Dit moet je weten voor 2026 en 2027
Als werkgever krijg je de komende jaren te maken met nieuwe regels en hogere kosten. Dat kan best veel zijn om bij te houden. Geen zorgen: wij zetten de belangrijkste punten voor je op een rij. Zo weet je precies waar je op moet letten én wanneer het slim is om alvast in actie te komen.
Bij Stolp+KAB staan we natuurlijk klaar om met je mee te denken. Samen zorgen we dat jouw administratie soepel blijft lopen, zonder verrassingen achteraf.
Extra belasting op fossiele auto’s van de zaak (2027)
Heb je medewerkers met een fossiele auto van de zaak die zij ook privé gebruiken? Dan ga je vanaf 1 januari 2027 een extra belasting betalen: 12% over de cataloguswaarde.Bij auto’s ouder dan 25 jaar betaal je de 12% over de marktwaarde. Houd hierbij rekening dat woon-werkverkeer ook telt als privégebruik.
De regeling geldt niet voor elektrische auto’s, volledig zakelijke auto’s en bepaalde bestaande contracten die onder een overgangsregeling vallen.
Tip: Kijk op tijd naar je huidige leasecontracten. Soms is het voordeliger om vóór 2027 nog een contract af te sluiten of juist te kiezen voor emissievrij rijden.
Strenger toezicht op schijnzelfstandigheid
De Belastingdienst controleert vanaf 2025 weer actief op schijnzelfstandigheid. Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een zelfstandige (zzp’er) in de praktijk verkapt in dienst is bij een opdrachtgever. Vanaf 2026 kunnen er ook boetes worden opgelegd.
Er komt een nieuwe wet (VBAR). Met de invoering van de VBAR hoopt de wetgever meer duidelijkheid te creëren wanneer sprake is van schijnzelfstandigheid en wanneer niet. Daarbij wordt gekeken naar:
- Stuur jij de werkzaamheden inhoudelijk aan?
- Werkt de zzp’er voor eigen rekening en risico?
Zijn beide elementen aanwezig? Dan moet je wegen welk element de doorslag geeft.
Laat je arbeidskrachten werkzaamheden verrichten tegen een tarief van € 36 of minder? Dan kan de arbeidskracht stellen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het is dan aan jou om te bewijzen dat dit niet het geval is. Is een arbeidskracht bij jou in dienst? Dan moet je premies voor de sociale zekerheid afdragen. Daarnaast kunnen verplichtingen gelden voor pensioen, arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden.
Werk je met zelfstandigen?
Controleer goed welke afspraken je met hen hebt gemaakt en hoe je dit hebt vastgelegd. Zorg dat afspraken op papier overeenkomen met hoe er in de praktijk wordt gewerkt. Bij twijfel denken wij graag met je mee.
Fiets van de zaak: soms geen bijtelling meer
Stel je aan medewerkers een zakelijke fiets ter beschikking die zij voor privé kunnen gebruiken, dan krijgen zij te maken met een bijtelling van 7% per jaar. Een fiets telt als privé als deze ook (deels) voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. Die bijtelling vervalt als de fiets niet structureel thuis wordt gestald, bijvoorbeeld bij het werk of in een hub.
De vrijstelling geldt bijvoorbeeld voor:
- Fietsen die minder dan 10% van de tijd bij het woonadres worden gestald. Van ‘stallen’ is sprake als je de fiets voor het huis kunt zetten en de sleutel mee naar binnen kunt nemen.
- Deelfietsen die op kantoor of bij een hub worden opgehaald.
- Dienstfietsen die alleen incidenteel mee naar huis gaan.
De bijtelling van 7% blijft wel van toepassing als iemand tijdens de rit naar huis omrijdt voor een privéboodschap. Voor deelfietsen die niet mee naar huis gaan maar wel privé worden gebruikt, bijvoorbeeld omfietsen voor een boodschap, geldt deze uitzondering ook.
Let op! Deze regeling werkt zelfs terug tot 2020.
CO₂-rapportage voor werkgevers met 100+ medewerkers
Sinds 1 juli 2024 moeten werkgevers met 100 of meer medewerkers zakelijke en woon-werkkilometers bijhouden en rapporteren. Dit geldt voor zowel het woon-werkverkeer als alle overige zakelijke reizen. Op basis hiervan wordt de CO₂-uitstoot berekend.
Mogelijk geldt deze verplichting vanaf 2027 alleen nog voor werkgevers met 250+ medewerkers, maar voorlopig blijft de huidige grens gelden.
Werkkostenregeling: benut je vrije ruimte
De vrije ruimte die je in 2025 niet gebruikt binnen de werkkostenregeling, kun je niet meenemen naar 2026. Dit is dus hét moment om te bekijken of je nog ruimte hebt voor vergoedingen of verstrekkingen.
Dreig je dit jaar de vrije ruimte te overschrijden, overweeg dan het verschaffen van vergoedingen en verstrekkingen uit te stellen tot 2026. Dit is uiteraard alleen voordelig als je in 2026 naar verwachting binnen de vrije ruimte blijft.
Tip! Geef bij dreigende overschrijding van de vrije ruimte in plaats van een kerstpakket eens een nieuwjaarsgeschenk. En een bedrijfsfeestje begin 2026 is misschien net zo gezellig als eind 2025. Omdat deze verstrekkingen dan in 2026 plaatsvinden, komen ze ook ten laste van de vrije ruimte in 2026.
Concernregeling: niet altijd voordelig
Heb je meerdere bv’s? Dan kun je mogelijk de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling samenvoegen. Door wijzigingen in percentages is dit vanaf 2026 niet altijd meer aantrekkelijk.
Tip: Laat vooraf doorrekenen wat in jouw situatie het meeste voordeel oplevert.
Maaltijden voor personeel
Voor maaltijden op de werkplek geldt een vast bedrag. Ga je eten buiten de werkplek, dan gelden hiervoor de werkelijke kosten van de maaltijd. Hierover betaalt de werknemer belasting, alhoewel de werkgever dit ook via de werkkostenregeling mag laten lopen.
Is de werkelijke waarde lager, bijvoorbeeld in een bedrijfskantine? Dan mag je onder voorwaarden die lagere waarde gebruiken.
Voorziening voor transitievergoeding
Bij onvrijwillig ontslag van een werknemer ben je in het begin een transitievergoeding verschuldigd. De hoogte ervan is afhankelijk van het aantal jaren dat de werknemer bij je in dienst is geweest en de hoogte van het salaris. De transitievergoeding bedraagt in 2025 maximaal € 98.000 of een bruto jaarsalaris als dit meer is.
Verwacht je in de toekomst ontslagen? Dan mag je nu al een voorziening vormen voor de transitievergoeding, mits aannemelijk is dat deze kosten eraan komen.
WBSO: vergeet de deadline niet
Werkgevers die innovatieve activiteiten verrichten, kunnen via de WBSO een fiscale tegemoetkoming krijgen in de vorm van een percentage van de gemaakte kosten.
Werk je met personeel aan innovatie? Dan kan de WBSO een mooie besparing opleveren. Voor de eerste periode van 2026 moet de aanvraag uiterlijk 20 december 2025 binnen zijn.
Wijzigingen in de 30%-regeling
Werknemers die van buiten Nederland worden geworven om in Nederland te komen werken, maken veel dubbele kosten (zogenaamde extraterritoriale kosten). Onder voorwaarden mag een werkgever deze kosten onbelast vergoeden. Voor buitenlandse werknemers verandert er veel:
- In 2026 geldt de 30%-regeling nog.
- Vanaf 1 januari 2027 mag je maximaal 27% van het loon onbelast vergoeden.
- Vanaf 2027 gaan de salarisnormen omhoog.
Ook vervalt per 2027 de regeling voor partiële buitenlandse belastingplicht.
Let op! Voor werknemers die al vóór 2024 de 30%-regeling toepasten, geldt gedurende de gehele looptijd het percentage van 30. Zij worden dus niet vanaf 2027 geconfronteerd met 27% en een hogere salarisnorm.
Ook voor uitgezonden werknemers
Ook voor uitgezonden werknemers verandert de 30%-regeling. Vanaf 2027 mag je nog maar 27% van het loon onbelast vergoeden, in plaats van 30%. Er is geen overgangsregeling. Dit geldt dus ook voor werknemers die al vóór 2027 zijn uitgezonden.
Huisvestingskosten arbeidsmigranten
In 2015 is de Wet aanpak schijnconstructies ingevoerd. Deze wet moet arbeidsmigranten beschermen door inhoudingen op het minimumloon te verbieden. Toch mogen werkgevers nu nog kosten voor huisvesting en zorgverzekering inhouden.
Voor huisvesting mag nu maximaal 25% van het minimumloon worden ingehouden. Het kabinet was van plan dit percentage vanaf 1 januari 2026 stapsgewijs met 5%-punt per jaar te verlagen. Vanaf 2030 zou dan een volledig verbod op inhouding voor huisvesting gelden.
Het blijft voorlopig toegestaan om maximaal 25% van het minimumloon in te houden voor huisvesting. De geplande afbouw is uitgesteld, maar kan later alsnog worden ingevoerd.
Hogere heffing bij vervroegd uittreden
Bied je medewerkers een regeling om eerder te stoppen met werken? Dan stijgt de extra heffing de komende jaren van 52% naar 57,7%. Per 1 januari 2027 is het de bedoeling dat dit percentage wordt verhoogd tot 64% en in 2028 naar 65%.
Als tegemoetkoming voor de verhoging van de AOW-leeftijd bij zware beroepen geldt voor alle werknemers een vrijstelling. Deze wordt per 2026 met € 300 verhoogd en gaat via jaarlijkse indexatie gelijk oplopen met de ontwikkeling van contractlonen. Dit geldt niet met terugwerkende kracht. Voor regelingen binnen 36 maanden voor de AOW-leeftijd hoef je geen pseudo-eindheffing te betalen als je binnen deze vrijstelling blijft.
Goed voorbereid de komende jaren in
De komende jaren brengen veel veranderingen voor werkgevers. Door op tijd vooruit te kijken, voorkom je verrassingen en houd je grip op je kosten.
Bij Stolp+KAB staan we naast je als partner. We denken mee, rekenen door en zorgen dat alles netjes en volgens de regels is geregeld.
Wil je weten wat dit betekent voor jouw situatie? Je bent altijd welkom voor een kop koffie.